Acceptance and Commitment Therapy (ACT) en schematherapie (ST) hebben een gedeelde gedragstherapeutische basis. Tegelijkertijd leggen ze andere accenten wat betreft de behandelfocus en zijn er duidelijke verschillen zichtbaar aangaande de gebruikte interventietechnieken.

ACT is een transdiagnostische, evidence-based therapievorm die gericht op het vergroten van de psychologische flexibiliteit van de cliënt. ACT wordt breed ingezet voor verschillende klachtgebieden binnen de GGZ (o.a. stemming, angst, trauma, chronische pijn) en heeft zijn weg ook gevonden buiten de GGZ (coaching en training). De cliënt leert uit de worsteling met zijn binnenwereld te komen (Acceptance), zodat deze weer kan handelen naar zijn eigen waarden (Commitment). Bij ACT wordt er o.a. gebruik gemaakt van metaforen, ervaringsgerichte interventies, gedragsinterventies en de therapeutische relatie zelf (self-disclosure en modeling).

Schematherapie is eveneens een evidence-based therapievorm die taal en tools geeft om cliënten te helpen die vastlopen in hardnekkige patronen in de persoonlijkheid. Bij schematherapie leert de cliënt zijn patronen te herkennen, begrijpen en te doorbreken. Daarbij wordt er o.a. gebruik gemaakt van cognitieve interventies, ervaringsgerichte interventies (o.a. imaginatie & stoeltechnieken), gedragsinterventies en de therapeutische relatie (limited reparenting en empathische confrontatie).

Gezien hun gedeelde gedragstherapeutische basis blijken deze twee therapievormen elkaar in de praktijk goed aan te kunnen vullen. Zo kunnen ACT-interventies een waardevolle aanvulling zijn voor een ST-behandeling (met inachtneming van het SFT-model) en kunnen ST-interventies een ACT-behandeling versterken (zolang deze op een ACT-consistente wijze worden toegepast).

Bijvoorbeeld:
– Creatieve Hopeloosheid-interventie (ACT), zodat een cliënt de onwerkbaarheid van zijn disfunctionele Coping-modi ervaart (ST).
– Defusie-interventie (ACT), om niet meer te gaan handelen naar interne boodschappen vanuit zijn Ouder-modi (ST).
– Waardenexploratie & Toegewijd Handelen (ACT) ter versterking van de Gezonde Volwassene (ST).
– Imaginatietechniek, waarbij er aandacht is voor de pijn die de cliënt als kind heeft ervaren (ST), om zo een cliënt te helpen ruimte te maken voor zijn pijn (ACT).
– Stoelentechniek (ST)
, waarbij de cliënt wordt uitgenodigd om zijn verstand in de stoel te zetten – zodat deze met wat meer afstand naar zijn gedachten kan kijken in plaats van hier automatisch op te reageren (ACT).

Er bestaat al geruime tijd een inhoudelijke kruisbestuiving tussen ACT en Schematherapie. In 2012 verscheen het boek ACT for Interpersonal Problems waarbij Schema-bewustzijn werd toegevoegd aan een ACT-protocol. En in 2018 verscheen het boek Contextual Schematherapy, waarbij ACT-elementen werden toegevoegd aan een reguliere SFT-behandeling (gebaseerd op het modus-model).

Wil je meer weten over hoe ACT en Schematherapie te combineren? In mei 2026 start de eerstvolgende – geheel herziene – specialisatiecursus ACT en Schematherapie, verzorgd door Iris Maes: Psychotherapeut, GZ-psycholoog, ACT-therapeut & Schematherapeut. Voor meer informatie over de cursus – klik HIER.

Bronnen:
McKay, M., Lev, A., & Skeen, M. (2012). Acceptance and commitment therapy for interpersonal problems: Using mindfulness, acceptance, and schema awareness to change interpersonal behaviors. New Harbinger Publications.
Roediger, E., Stevens, B. A., & Brockman, R. (2018). Contextual schema therapy: An integrative approach to personality disorders, emotional dysregulation, and interpersonal functioning. Context Press