Gastblog door Dominique Waterval, Assistant Professor School of Health Professions Education – Maastricht University.

De dagelijkse praktijk van studentvraagstukken en de vastzittende gedragspatronen van studenten vormden voor ons de aanleiding om Acceptance and Commitment Therapy (ACT) actief in te zetten als hulpmiddel binnen studentbegeleiding. Tijdens individuele gesprekken zagen we steeds opnieuw vergelijkbare patronen: studenten die veel kunnen, hard werken en gemotiveerd zijn, maar toch vastlopen. Ze lopen vast in onzekerheid, prestatiedruk, perfectionisme, zelfkritiek of uitstelgedrag.

Veel studenten proberen hun ongemak op te lossen door harder te werken. Ze bereiden nog langer voor, plannen nog strenger of kijken nog kritischer naar zichzelf. Of ze doen juist het tegenovergestelde: ze stellen uit, vermijden, trekken zich terug of beginnen niet meer. Vanuit ACT-perspectief zijn dat begrijpelijke copingstrategieën. En misschien is dat meteen een van de belangrijkste boodschappen voor studenten: dit gedrag is niet vreemd of zwak. Het is menselijk.

Vanuit die ervaringen ontwikkelden we binnen de opleiding Geneeskunde van Maastricht University de cursus ACTing more Resilient. In deze kleinschalige module werken studenten in kleine groepen, tijdens zes bijeenkomsten van twee uur, met ACT-vaardigheden zoals coping herkennen, acceptatie, defusie, waarden, zelfcompassie en toegewijde actie. We gebruiken een werkboek met oefeningen, kijk-, lees- en reflectieopdrachten. Die opdrachten zijn steeds gekoppeld aan herkenbare situaties uit de studie en het studentenleven.

Wat we daarbij leerden, is dat ACT-materiaal niet vanzelf aanslaat. Het krijgt pas betekenis wanneer het zorgvuldig wordt vertaald naar de dagelijkse werkelijkheid van studenten. Die werkelijkheid zit vaak in kleine, herkenbare momenten: de gedachte “ik moet dit beoordelingsmoment halen, want anders…”, het uitstellen van een opdracht, spanning voor een presentatie, onzekerheid na feedback van een werkplekopleider, of het gevoel dat iedereen in de onderwijsgroep het beter voor elkaar heeft.

De cursus wordt goed gewaardeerd. Studenten noemen vooral de praktische oefeningen, de kleine groep en de herkenbare vertaling naar het studentenleven als waardevol. Ze geven aan dat zij hun eigen patronen beter leren herkennen en dat het werken met waarden helpt om meer richting te ervaren. Daardoor ontstaat transfer: wat kan ik doen wanneer mijn hoofd zegt dat ik niet goed genoeg ben? Welke kleine stap past bij de student of professional die ik wil zijn?

Onze belangrijkste les tot nu toe is dat ACT in het hoger onderwijs vraagt om zorgvuldige keuzes. Begin bij herkenning, niet bij uitleg. Houd oefeningen klein en concreet. Maak delen van persoonlijke ervaringen veilig en vrijwillig. En blijf steeds toetsen of een oefening aansluit bij de leefwereld van studenten. Sommige onderdelen werkten meteen goed, andere moesten korter, lichter of concreter. Soms wilden we te veel uitleggen. Soms bleek een oefening net te therapeutisch of te abstract.

Voor ons laat deze module vooral zien dat het ACT-framework expliciet als vaardigheidstraining goed kan worden ingebed in het hoger onderwijs. Niet als losse workshop of extra aanbod, maar als preventieve module waarin studenten werken aan persoonlijke en professionele competenties. Ze krijgen praktische handvatten om anders om te gaan met de onvermijdelijke uitdagingen van het studentenleven: druk, twijfel, feedback, falen, vergelijking en hoge verwachtingen. De combinatie van een compacte 1 ECTS-cursus, herkenbare oefeningen en groepsgericht leren maakt de aanpak goed bruikbaar. Studenten leren niet alleen iets over zichzelf, maar oefenen ook met vaardigheden die ze meenemen in hun studie, hun toekomstige werk en hun verdere ontwikkeling als professional.